8 maart HET GESCHEURDE GORDIJN.
En het voorhangsel des tempels scheurde.
Toen heeft God wat groots gedaan. Hij liet Kajafas zijn toga, en liet hem het sinistere feest, waarop hij in zijn ongescheurde priestergewaad pronken moest voor het volk. Maar God deed iets anders. Eén priester het gewaad van het lijf scheuren, en bij Kajafas alleen de scheur van onder- naar bovenkleed door-trekken, dàt was den Almachtige te gering. God scheurt met één beweging alle priesterkleeren tegelijk af, en werpt de flarden over heel de aarde heen. Want Hij scheurt het tempelvoorhang. Dat wil zeggen: het privilege der priesterschare, die God daar achter het gordijn ontmoeten mag, wordt opgeheven; God maakt tusschen priester en leek gemeene zaak en onttroont den president van het Sanhedrin met heel zijn personeel. Hij zegt: scheurt uw hart, en niet uw kleeren c. Wie zijn kleeren een klein eindje scheurt, doch God verhindert, zijn hart te breken, dien stroopt God zelf de kleeren af en Hij breekt zijn trots. Want Kajafas gescheurde kleed bewaart den schijn; Gods gescheurde gordijn preekt de waarheid. God scheurt op tijd; het gescheurde gordijn komt niet vóór, maar na het gescheurde kleed, die acte van geestelijken dood. Het gescheurde kleed bewijst, dat het dorre hout aan den boom wil blijven; maar het gescheurde gordijn werpt de dorre takken af, opdat nieuwe loten worden geënt op Israëls stam d. Kajafas gescheurde kleed preekt den ondergang van het vleeschelijk, Gods gescheurde gordijn den opgang van het geestelijk Israël. LEZEN: Joel 2 : 12-17. a. Opgenomen in VWS I,181-182. Eerder gepubliceerd als Het gescheurde gordijn, De Reformatie 7 (1926v) 18,140v (28 januari 1927). b. Vgl. Johannes 11:47-53. c. Vgl. Joël 2:13. d. Vgl. Romeinen 11:16-20. |