27 februari ZEVENVOUDIGHEID, DE BATE DER BETE.
En na de bete, toen voer de Satan in hem.
Aan den maaltijd is Jezus de gastheer. Hij doopt een stuk brood inde saus en steekt het Judas in den mond. Dat was een algemeen gebaar van een gastheer in het oosten; een heel gewoon vriendschapsteeken in den conversatiestijl van het land. Maar voor Judas, in wien de hel ligt te woelen, heeft het bizondere beteekenis. Hij voelt het: Jezus reikt hem nog de hand; hij bedient hem nog het teeken der liefde. Maar hij wéét ook, dat Jezus hem doorziet. En nu moet hij kiezen. Nu wordt het bidden of vloeken; de zevenvoudige Geest of het zevenvoudige Beest. Het is nu: er òp of er ònder. Toen voer de Satan in Judas. Toen. Na de bete breekt los Satans zevenvoudige kracht. Christus dwingt hem voor den dag te komen. Weer licht hier Christus majesteit. Niet de duivel beheerscht het slagveld, waarop de groote, wereldbeslissende strijd uitgevochten wordt, maar Christus. Christus geeft de bete; en hij haalt uit duivel en Judas wat er in zit. De bete, die Christus reikt, is in der eeuwigheid geen oorzaak, maar zij is wel waarlijk de aanleiding, dat Judas zich verhardt. Hij durft nu àl meer, want de Satan wordt in hem àl sterker. Judas heeft het eerst zonder blikken of blozen verdragen, dat Jezus zijn voeten wiesch. Dat was de lichtste aanraking die mogelijk was: Jezus hand en Judas voet. Hij hield het uit, maar hij zou toen nog niet Jezus hebben kunnen kussen. Toen nam Jezus het werk der voltooiing van wat geschieden moet, zelf ter hand. Hij raakt voor de tweede maal Judas aan; nu intiemer, dan de eerste maal: Jezus hand raakt bij het toereiken van de bete broods Judas mond; het contact is inniger dan bij de voetwassching. Nu komt de beslissing; Judas moet nu zeggen: Heere, wees mij, zondaar genadig; c óf hij moet zich groot houden en vervallen tot zevenvoudige zonde. Hij kiest het laatste. En straks durft hij een derde aanraking aan: straks raakt Judas mond Jezus mond; d hij kust hem en verraadt hem . . . Dat heeft de bete niet gedaan; Judas deed het; het zat in hem. Maar de bete van Jezus heeft het wel eruit gehaald. Zoo is Christus altijd meester van het terrein. Hij neemt zelf het hek van Satans dam opdat hij zevenvoudig werke. De strijd moet worden uitgestreden. Aan den ingang van het lijdensverhaal staat: Christus dood is Christus daad. LEZEN: 2 Petrus 2 : 17-22. a. Opgenomen in VWS I,167-169. Vgl. Na de bete . . . toèn . . ., De Reformatie 6 (1925v) 23,168v (5 maart 1926). b. Vgl. Genesis 3:15. c. Vgl. Lucas 18:13. d. Vgl. Matteüs 26:49. |