19 februari HET LICHTERE BIJ GOD.
Het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat één tittel der wet valle.
Laat ons dit goed onthouden. Er zijn er, die het oneerbiedig vinden, of te koud, of te verstandelijk, lang te worstelen met het recht van God. Zij willen er niet van weten, dat er menschen zijn, die de vraag van hun aanneming bij God niet durven losmaken van die àndere vraag, of aan Gods recht voldaan is. Zij gruwen van een bloedtheologie, die van Christus borgtocht spreekt, om het recht zijn loop te laten. Zulke menschen protesteeren tegen Christus. Zij bedoelen het zoo wel niet, maar het is toch zoo: Christus betuigt hier tegen hen. Een evangelie van enkel zachte woorden vindt Hij vreemder dan een wereldkatastrofe. Als iemand zou hooren, dat zijn zonde vergeven was, en hij zou niet weten, dat aan het recht Gods strikte betaling geschied was, dan moest hij zeggen: van zulk een evangelie tuiten mij de ooren, het is nog vreemder, dan dat alle werelden zouden kraken. Het is moeilijk, in dezen hoogen zin gereformeerd te zijn. Het is nog veel moeilijker, het niet te zijn en toch te gelooven: mijn zonden zijn mij vergeven. Want de hemel wijkt eerder uit zijn stand, dan dat ik verlost word zonder recht. Christus verwijt ieder, die de rechtsbetaling uit het geloofsleven schrappen wil, dat hij over de grootste zwarigheid heenloopt met menschelijke lichtvaardigheid. Verzoening zonder voldoening is wonderbaarlijker dan de ondergang der wereld. LEZEN: Lukas 16 : 10-17. a. Opgenomen in VWS I,156-158. Eerder gepubliceerd als Het lichtere bij God, Leidsche Kerkbode 5 (1926v) 35 (31 december 1926). Vgl. Het lichtere II, De Reformatie 4 (1923v) 20,152 (15 februari 1924). b. Vgl. Jozua 10:12. c. Vgl. Psalm 84, vers 4 (berijming 1773). d. Vgl. Jozua 7. e. Vgl. Jakobus 5:17, 1Koningen 17:1, 18:1. f. Vgl. 1Koningen 21:19, 22:38. |